Zorgloket in de wijk

WMO

Zorgloket in de wijk.

Een grotere gemeente heeft het woongebied opgedeeld in wijken. Iedere wijk beschikt over een regiepunt voor zorg of zorgloket. In deze gemeente zijn 35 aanbieders actief. Er bestaat enigszins een verdeling over woongebieden maar daar zijn geen vaste afspraken over gemaakt. Wel heeft deze gemeente vastgelegd dat er per zorgloket een organisatie verantwoordelijk is voor de zorg in die bepaalde wijk en daarmee de verdeling van het werk en de inzet van personeel. Dat personeel bestaat dan weer uit werknemers van de verschillende zorgaanbieders. Daarmee is het zorgloket ook regiepunt.

Uit verschillende bronnen is veel informatie over de zorgvraag in de verschillende wijken aanwezig.

De op de iedere locatie aangestelde regisseurs ervaren problemen met het vaststellen van de benodigde capaciteit in relatie tot de omvang van de zorgvraag en het toegekende budget. Vaak zijn er overschrijdingen en wordt vastgesteld dat niet het juiste personeel bij bepaalde cliënten wordt ingezet.

Na overleg wordt besloten ZorgFormat in te zetten om de zorgvraag correct te kunnen identificeren. Een paar keer wordt per zorgloket een overleg tussen verschillende zorgaanbieders belegd en daarna wordt het systeem op inhoud gevuld. Daarmee ontstaat een communiceerbaar zorgvraagoverzicht. Vervolgens wordt een minimaal noodzakelijk basisdienstenpatroon vastgesteld. Dit wordt getoetst op inhoud (juiste personen met benodigde kwalificaties) en op het toegekende budget.  Naast de formatieruimte die zo wordt vastgesteld wordt gezorgd voor financiële ruimte voor de inzet van flexibele formatie. Op tijden van grotere drukte kan daaruit geput worden om tekorten aan te vullen.

Er ontstaat een functiemix van wijkverpleegkundigen, met de bevoegdheid en deskundigheid om zorg te kunnen indiceren, verpleegkundigen in de wijk tot verzorgenden en GVPers, afkomstig van verschillende zorgaanbieders. De verbindende schakel wordt het basisdienstenpatroon. Dit wordt bemenst vanuit de verschillende aanbieders.

Met de gemeente kan onderbouwd onderhandeld worden over de inhoud van de zorg die geleverd moet worden en de hoogte van het budget, noodzakelijk om de overeengekomen zorg te leveren.